Drie zussen hebben een pension geërfd. Het pension is in een ietwat vervallen staat. Ze horen in de beginscene van de notaris de voorwaarden. Dat valt tegen, want ze hadden gedacht het pension te verkopen en gelijk te “cashen”, maar ze worden verplicht het pension minstens drie jaar voort te zetten met Kees en Piete als personeelslid. De voorgaande jaren heeft het pension nauwelijks gasten meer gehad. De enige vast gast is inmiddels gestorven.

Dan klopt een schrijver aan om een kamer te huren en ontstaat er een gerucht over gouden munten. Voordat ze het weten zit het pension vol met een apart gezelschap. Worden er echt munten gevonden? Zo ja, wie gaat er mee aan de haal? Het slot is erg verrassend.